vrolijk

Thesaurus

vrolijk:

zonnig
Vertalingen

vrolijk

fröhlich, heiter, lustig, vergnügtcheerful, merry, gay, brightjoyeux, gai, gaiement, joyeusement, animé, joyeux/-euse, allègre, allègrement, gai/gaie, guilleret, hilare, jovialgay, gayo, alegre, jovialfestevole, pieno di gioia, allegro, contentoبَهِيجٌ, مَرِحveselýglad, munterευδιάθετος, χαρωπόςiloinenveseo陽気な즐거운, 쾌활한lystig, munterpogodny, wesołyanimado, felizвеселый, радостныйgladที่ทำให้รู้สึกสดชื่น, รื่นเริงneşeli, şen şakrakvui mừng, vui vẻ愉快的, 欢乐的 ('vrolək)
bijvoeglijk naamwoord
1. blij een vrolijke jongen
om iets of iemand lachen
2. iets wat je vrolijk (1) maakt of waaruit blijkt dat je vrolijk (1) bent een vrolijk liedje