vroeg

Thesaurus
Vertalingen

vroeg

früh, zeitig, anfangearlytôt, précoce, de bonne heure, hâtif, à une heure matinale, matinal, précocement, prématuré, au début desớmبَاكِراً, مُبَكِّرbrzy, časný, ranýtidligνωρίς, πρόωρος, πρώτοςtemprano, etapa temprana, primero, prontoaikainen, aikaisin, alussaprijevremen, rani, ranoin anticipo, presto, primi初期の, 早い, 早く빨리, 일찍, 초기의tidligwcześnie, wcześniejszy, wczesnycedo, início, princípiosначальный, ранний, раноtidig, tidigtเช้า, ก่อนเวลาที่กำหนดไว้, ช่วงต้น แต่แรกbaşında, erken在早期, 早的מוקדם (vrux)
bijvoeglijk naamwoord
laat aan het begin van een periode of eerder dan verwacht vroeg in de ochtend op een vroege ochtend Wat ben je vroeg! Kun je wat vroeger komen? de vroege middeleeuwen
niet eerder dan De fiets is op zijn vroegst morgen klaar.