Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.803.313.387 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

vrij

0,05 sec.
vrij1 [vrɛi] vrije dag of vrij moment op het werk of op school;= vrijaf
Helaas, ik kan geen vrij krijgen.
Morgen hebben we een dagje vrij.

vrij2
bn vrij [vrɛi]
(van iets/iemand) niet beperkt in zijn of haar beweging, mogelijkheden, gebruik enz.;= los;= onbeperkt; onvrij; vast; gevangen
Ik werk vier dagen per week, op vrijdag ben ik vrij.
Wat doe je in je vrije tijd?
Is deze stoel vrij?
op vrije voeten zijn
niet meer of nog steeds niet in de gevangenis zitten;= vrij zijn
uit vrije wil
omdat je het zelf wilt, niet omdat je moet
zo vrij zijn om iets te doen
de vrijheid hebben om iets te doen wat iemand vervelend zou kunnen vinden
Mag ik zo vrij zijn om te vragen hoe oud u bent?
Ik ben zo vrij geweest om voor jou een kaartje te kopen.
vrij van iets
zonder iets
vrij van conserveringsmiddelen
belastingvrij

vrij3
bw vrij [vrɛi] nogal;= behoorlijk;= tamelijk
Het is vrij warm.


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.