vouwen

Vertalingen

vouwen

falten, zusammenlegenfoldpliergiùngere, grinza, pizzicotto, piegareيَطْويpřeložitfoldeδιπλώνωplegartaittaapreklopiti折りたたむ...을 접다foldezłożyćdobrarскладыватьvikaพับkatlamakgấp折叠 ('vɑuwə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vouwde , voltooid deelwoord heeft gevouwen
een vouw maken door een stuk textiel, papier enz. op een ander stuk van dezelfde kant te leggen Vouw jij je onderbroeken? Vouw de brief tweemaal in de breedte. een hoedje vouwen opvouwen
je handen zo bij elkaar doen dat elke vinger naast een vinger van de andere hand ligt