vorm

Vertalingen

vorm

Form, Façon, Fasson, Gestaltmold, shape, form, mould, voice, condition, cast, concrete, die, figure, formatforme, moule, façon, manière, typeμορφή, καλούπι, σχήμαشَكْل, قَالِبٌforma, podoba, tvarformforma, moldemuoto, muottikalup, oblikforma型, 形모양, 주형, 형태fasong, formforma, kształt, odlewforma, formato, moldeформа, футлярformแม่พิมพ์, รูปแบบ, รูปร่างkalıp, şekilhình thù, hình thức, khuôn形状, 模具, 类型形狀 (vɔrm)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. de lijnen en vlakken die iets/iemand er op een bepaalde manier laten uitzien De vorm van de maan verandert in de loop van de maand. vrouwelijke vormen een fotolijst in de vorm van een hart
2. wijze waarop iets gedaan of voorgesteld is een liefdesverklaring in de vorm van een gedicht briefvorm vorm en inhoud Wij veroordelen elke vorm van intimidatie. Een virus maken beschouwt hij als een vorm van kunst.
omdat het zo hoort, om een goede indruk te geven enz. Voor de vorm vroeg ik hoe het met haar ging.
3. fysieke conditie of mate waarin je presteert De vijfde plaats bevestigt zijn goede vorm. in vorm zijn
in uitstekende conditie zijn