voren

Vertalingen

voren

(ˈvorə(n))
bijwoord
1. naar achteren naar het voorste gedeelte of vooruit Willen jullie allemaal een stapje naar voren doen? het haar naar voren kammen
2. van achteren aan of vanaf de voorkant De rok is van voren langer dan van achteren. Een pasfoto moet recht van voren genomen zijn. de wind van voren krijgen