voorzien in

Vertalingen

voorzien in

(vor'zin ɪn)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd voorzag in , voltooid deelwoord heeft ~
1. zorgen voor (iets, de aanwezigheid of mogelijkheid van iets) Het plan voorziet in 700 woningen. in je (eigen) onderhoud voorzien
2. een oplossing zijn of bieden voor (een behoefte, vraag enz.) Het wekelijkse spreekuur voorziet in een grote behoefte.