voorzet


Zoekopdrachten gerelateerd aan voorzet: voorzetsel
Vertalingen

voorzet

('vorzɛt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ten
sport trap of worp waarmee je de bal naar een speler van je team speelt om hem of haar te laten scoren een voorzet geven In de 23e minuut scoorde hij uit een voorzet.