| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.784.780.769 Bezoekers. |
|
vooruit |
0,02 sec. |
|
vooruit1 bw vooruit [vor'œyt] naar voren of in de richting waarin je beweegt; achteruit Recht vooruit zagen we een ijsberg liggen. vooruitgaan vooruitkomen je tijd vooruit zijn (met iets) (in een bepaald opzicht) verder ontwikkeld zijn dan je tijdgenoten Hij was een visionair, iemand die zijn tijd ver vooruit was. vooruit kunnen (met iets) iets kunnen blijven doen (dankzij iets) Met die € 50 kan ik weer even vooruit. vooruit2 tw vooruit [vor'œyt] aansporing om iets te doen of te beginnen
Naar je kamer! Vooruit! Vooruit, aan het werk! Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|