vooruit

Vertalingen

vooruit

(vor'œyt)
bijwoord
1. achteruit naar voren of in de richting waarin je beweegt Recht vooruit zagen we een ijsberg liggen. vooruitgaan vooruitkomen
2. (in een bepaald opzicht) verder ontwikkeld zijn dan je tijdgenoten Hij was een visionair, iemand die zijn tijd ver vooruit was.
3. iets kunnen blijven doen (dankzij iets) Met die € 50 kan ik weer even vooruit.

vooruit

hervor, vorwärts, vornahead, awaywego, foreward, let'sstart, onen avant, devant, allez!, d'avance, en avant!, avantavantiإِلَى الأَمامvpředuforude, fremadεμπρόςpor delante, adelanteedessä, eteenpäinispred前に앞쪽에, 앞으로forannaprzódà frente de, adianteвпереди, впередföre, framåtแซง อยู่หน้าöndeở phía trước在前面קדימהнапред (vor'œyt)
tussenwerpsel
<aansporing om iets te doen of te beginnen> Naar je kamer! Vooruit! Vooruit, aan het werk!