voortdurend

Vertalingen

voortdurend

('vor'dyrənt)
bijvoeglijk naamwoord
wat blijft duren Ik leefde in voortdurende angst.

voortdurend

fest, immer, stätig, stetsabiding, constant, constantly, continually, continuously, everlasting, lasting, sustained, continuouscontinuel, continuellement, permanent, perpétuel, constamment, sans cesse, constantατελείωταperene不断不斷jatkuvasti ('vor'dyrənt)
bijwoord
zeer vaak of de hele tijd Hij zit me voortdurend te corrigeren.