voorstellen

Vertalingen

voorstellen

('vorstɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stelde voor , voltooid deelwoord heeft voorgesteld
1. een voorstel doen Ik stel voor om de beslissing tot september uit te stellen.
2. zeggen hoe iemand heet, wat hij of zij doet enz. Mag ik jullie voorstellen (...) je aan iemand voorstellen
3. betekenen of bedoeld zijn als De kleuren zijn prachtig..., maar wat stelt het eigenlijk voor?
het is onbelangrijk, weinig waard, niet moeilijk enz.
4. op een bepaalde manier weergeven iets schematisch voorstellen

voorstellen

vorschlagen, abbilden, anbieten, aufführen, bieten, darstellen, präsentieren, vorstellenoffer, represent, present, propose, depict, presentwith, introduce, move, suggestprésenter, proposer, offrir, représenter, suggérerproporيَقْتَرِحnavrhnoutforeslåπροτείνωproponer, propuestasehdottaapredložitiproporre提案する제안하다foreslåzaproponowaćпредлагатьföreslåเสนอönermekđề xuất提议, 建议建議предложенияהצעות ('vorstɛle(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stelde zich voor , voltooid deelwoord heeft zich voorgesteld
bedenken hoe iets is of zal gaan enz. Hoe stel je je dat eigenlijk voor? Stel je voor dat je kon vliegen! Daar kan ik me niets bij voorstellen.