vooroordeel

Vertalingen

vooroordeel

Vorurteil, Präjudizprejudice, bias, paradigmpréjugé, parti‐prispregiudizioإجْحَافpředsudekfordomπροκατάληψηprejuicioennakkoluulopredrasuda偏見편견fordomuprzedzeniepreconceitoпредубеждениеfördomอคติönyargıđịnh kiến偏见偏見 ('vorordel)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -delen
mening die je hebt over een zaak of persoon die je niet goed kent Dat mannen vaker vreemdgaan dan vrouwen is een hardnekkig vooroordeel.