voorganger

Vertalingen

voorganger

('vorxɑŋər) mannelijk meervoud -s

voorgangster

Pastor, Pfarrer, Vorgängerpastor, predecessorprédécesseur, pasteur, guide, pasteur [religion]الشَّخْصُ الَّذِي سَبَقَ فُلاناً فِي الوَظِيفَةِpředchůdceforgængerπροκάτοχοςpredecesoredeltäjäprethodnikpredecessore前任者전임자forgjengerpoprzednikpredecessorпредшественникföregångareคนที่อยู่มาก่อนselefngười tiền nhiệm前任предшественик ('vorxɑŋstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
1. opvolger iemand die hetzelfde werk gedaan heeft als jij nu doet Ik wil me graag aansluiten bij de woorden van mijn voorganger. Mijn voorganger heeft het twee maanden uitgehouden in deze functie.
2. religie iemand die een bijeenkomst leidt in de protestantse kerk als voorganger optreden