voordragen

Vertalingen

voordragen

deklamieren, rezitieren, vortragendeclaim, reciteréciter, déclamer, exposer, proposer (comme), débiter, dire, proposerdeclamarg ('vordraxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd droeg voor , voltooid deelwoord heeft voorgedragen
1. (een lezing, gedicht enz.) voor een publiek uitspreken voordragen uit eigen werk
2. kandidaat maken voor een functie Hij is voorgedragen als voorzitter van de voetbalclub.