voordeel

Vertalingen

voordeel

Vorteil, Ertrag, Gewinn, Interesse, Nutzen, Überschuß, Verdienstadvantage, benefit, gain, profit, leverage, perquisiteavantage, intérêt, gain, profit, bénéfice, compte, mériteguadagnare, guadagno, beneficio, vantaggioفَائِدَة, مِيْزَةužitek, výhodafordel, udbytteόφελος, πλεονέκτημαventaja, beneficioetu, hyötykorist, prednost利益, 有利이익, 이점fordelkorzyść, przewagavantagem, benefícioвыгода, преимуществоfördel, förmånความได้เปรียบ, ผลประโยชน์üstünlük, yararlợi ích, lợi thế优势, 利益יתרוןпредимство優勢 ('vordel)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -delen
nadeel iets gunstigs of nuttigs, soms in vergelijking met iets anders Een laptop biedt alleen maar voordelen. Een papieren luier heeft het voordeel dat je hem niet hoeft uit te wassen.
iets goed kunnen gebruiken Werkgevers hebben voordeel bij gezonde werknemers.
iets goed kunnen gebruiken Ze deed haar voordeel met die informatie. Ik zou zeggen: doe je voordeel ermee.
(van een eigenschap, situatie, gebeurtenis) zo dat het gunstig is voor jou Dat je nog jong bent, werkt in je voordeel. Je bent in je voordeel veranderd.
ondanks je twijfel toch nog voldoende vertrouwen in iemand hebben