| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.445.560 Bezoekers. |
|
voorbijgaan |
0,02 sec. |
|
voorbijgaan ww voorbijgaan (ging voorbij enk ovt; is voorbijgegaan volt deelw) [vor'bɛixan]
1 tot het verleden gaan behoren;= overgaan Weken gingen voorbij zonder dat er iets veranderde in de situatie. 2 gaan langs;= passeren Een stoet gaat voorbij. In de laatste honderd meter ging hij zijn tegenstander voorbij. van voorbijgaande aard tijdelijk De pijn was van voorbijgaande aard. een kans voorbij laten gaan niet profiteren van een kans;= een kans laten liggen iets gaat aan je neus voorbij je krijgt iets (leuks of interessants) niet;= je loopt iets mis De opdracht ging aan haar neus voorbij. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|