| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.722.583.202 Bezoekers. |
|
voor |
0,01 sec. |
|
voor1 bw voor [vor] 1 aan de voorkant;= vooraan; achter Voor in het boek staat een dankwoord. De auto staat voor. Zij is voor in de vijftig. 2 dit ben je of zeg je als je het met iets eens bent; tegen Wie is voor? Steek je hand op. Acht mensen stemden voor. voor staan meer punten hebben dan de andere deelnemers aan een wedstrijd; achter staan Onze ploeg staat 1-0 voor. iemand voor zijn iets doen voordat iemand anders het doet of zodat iemand anders het niet meer kan doen Ik had het je zelf willen vertellen, maar iemand is me blijkbaar voor geweest. iets voor zijn ervoor zorgen dat iets niet gebeurt;= iets voorkomen Om de problemen voor te zijn, kocht hij een nieuwe computer. iets op iemand voor hebben iets kunnen of hebben waardoor je beter bent dan iemand Ze heeft op hem voor dat ze zonder fouten kan schrijven. voor2 vz voor [vor] 1 aan de voorkant van; achter Ik stond voor een gesloten deur. Vlak voor ons reed een tractor. 2 eerder dan; na Ik wil het verslag vóór vier uur hebben. Ik was voor hem klaar. 3 hierna komt hoelang iets duurt voor altijd Ze was voor enkele dagen in het buitenland. 4 met als doel, bestemming, reden of met betrekking tot Die boeken zijn voor in de vakantie. Ik ben er voor jullie. Voor geld doe ik alles. We gaan voor de overwinning. Je mag het hebben voor € 5. Dat boek is echt iets voor jou. Betaal jij even voor mij? 5 hierna staat waar je het mee eens bent, wie je steunt enz. Ik ben voor een verhoging van de belastingen. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Wat is het voor iets/iemand? dit vraag je als je meer uitleg wilt over iets/iemand voor een (...) hoewel hij/het een (...) is Voor een beginneling weet je best veel. voor3 vw voor [vor] eerder dan dat iets anders gebeurt;= voordat;= alvorens; nadat
Voor hij naar buiten gaat, kijkt hij altijd even door het raam. Stop voor het te laat is. Thesaurus voor: voordat Vertalingen voor an, anläßlich, bevor, bis, ehe, Falte, für, Furche, halber, in, jüngst, nach, Runzel, um, um ... willen, um zu, vor, während, wegen, zu, verantwortlich zeichnen voor at, becauseof, before, during, for, forsakeof, furrow, infrontof, inorderto, onaccountof, owingto, per, previousto, through, till, to, toward, towards, until, whereas, while, whilst, wrinkle, able, fight, judge, slate, with, as, like voor à, à cause de, afin de, avant, de, devant, durant, en, jusqu'à, lors, pendant, pendant que, pour, ride, sillon, tandis que, vers, avant de, avant que, de plus, à/au (à+le)/aux (à+les), envers voor před, pro voor for, før voor ennen, varten voor ispred, za voor ・・・のために, ・・・の前に voor ...을 위하여, ...전에 voor för, före voor เพื่อ, ก่อนที่ voor cho, trước Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|