vondst

Vertalingen

vondst

Funddécouverte, trouvaillefindнаходка (vɔnst)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
1. iets wat je vindt (1) De politie deed een gruwelijke vondst. een zeldzame vondst uit de middeleeuwen
2. iets wat je bedenkt De titel van het artikel is een gelukkige vondst. De combinatie van gebakken aardappelen en azijn is een vondst.