volop

Vertalingen

volop

im Überfluß, reichlichabundant, abundantly, copious, plentiful, profuseabondamment, abondant, largement, plein, ample, amplement, copieusement, copieux, large, plantureux, profusspoustaהמון ('vɔl'ɔp)
bijwoord
1. meer dan genoeg Er is volop eten en drinken voor iedereen.
2. in hoge mate Ze is alweer volop aan het werk. Het is volop lente.