vlot

Vertalingen

vlot

(vlɔt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten
eenvoudig vaartuig van boomstammen die naast elkaar liggen, soms ook met planken en vaten Ze besloten een vlot te bouwen om van het eiland af te komen.

vlot

Floß, flott, geläufig, glatt, leicht, mühelos, nicht schwierigraft, easy, facile, smooth, float, freeradeau, aisé, facile, lisse, couramment, uni, affable, avec affabilité, facilement, joli, joliment, rapide, rapidement, cursif, rondement, libreesente, esimere, rilasciare, tempo libero, zatteraطَوْفvorflådeσχεδίαbalsalauttasplavいかだ뗏목flåtetratwajangadaплотflotteแพsal, 顺利順利 (vlɔt)
bijvoeglijk naamwoord
1. snel en gemakkelijk, zonder moeite Na een vlotte rit kwamen we aan op onze bestemming.
een aangename tekst die je gemakkelijk kunt lezen
goed kunnen praten
2. (van iemand) die makkelijk en vloeiend kan praten en met wie je makkelijk contact maakt Wij zoeken voor onze winkel een vlotte verkoopster.