vliegen

(doorverwezen van vloog)
Vertalingen

vliegen

fliegen, huschenfly, aviate, flightvoler, piloter, s'envoler, transporter en avion, naviguervolarлетатьيَطيرُletětflyveπετώlentääletjetivolare飛ぶ날다flypoleciećvoarflygaบินuçmakbay飞翔 ('vlixə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vloog , voltooid deelwoord heeft of is gevlogen
1. met vleugels door de lucht bewegen In oktober vliegen de vogels naar het zuiden. Het vliegtuig vloog laag boven de huizen. In mei zijn we naar Portugal gevlogen.
ik heb nog nooit met een vliegtuig gereisd
2. zich heel snel verplaatsen Het begon als een gewone ruzie, maar even later vloog het servies door de kamer. Toen hij de geur van aangebrande aardappelen rook, vloog hij naar de keuken.
de tijd gaat heel snel <dit zeg je bijvoorbeeld als je merkt dat het tijd is om iets anders te gaan doen>