vloeien

Vertalingen

vloeien

fließen, rinnen, strömen, Flussflow, float, wellcoulerfluircorrente, fluire, fluvialetokfluxoροή흐름przepływ ('vlujə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vloeide , voltooid deelwoord heeft gevloeid
(van een vloeistof) naar een andere plaats bewegen Een groot deel van de regen vloeit naar zee.
er werd gevochten en daarbij raakten mensen gewond