| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.856.213 Bezoekers. |
|
vliegen |
0,02 sec. |
|
vliegen ww vliegen (vloog enk ovt; heeft of is gevlogen volt deelw) ['vlixə(n)]
1 met vleugels door de lucht bewegen In oktober vliegen de vogels naar het zuiden. Het vliegtuig vloog laag boven de huizen. In mei zijn we naar Portugal gevlogen. 2 zich heel snel verplaatsen Het begon als een gewone ruzie, maar even later vloog het servies door de kamer. Toen hij de geur van aangebrande aardappelen rook, vloog hij naar de keuken. Ik heb nog nooit gevlogen. ik heb nog nooit met een vliegtuig gereisd De tijd vliegt. de tijd gaat heel snel dit zeg je bijvoorbeeld als je merkt dat het tijd is om iets anders te gaan doen Vertalingen vliegen voler, piloter, s'envoler, transporter en avion, naviguer vliegen volar vliegen летать vliegen يَطير vliegen letět vliegen flyve vliegen πετώ vliegen lentää vliegen letjeti vliegen volare vliegen 飛ぶ vliegen 날다 vliegen fly vliegen polecieć vliegen voar vliegen flyga vliegen บิน vliegen uçmak vliegen bay vliegen 飞翔 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|