vlek

Thesaurus

vlek:

vlekje
Vertalingen

vlek

Fleck, Flecken, Klecks, Pickelspot, hamlet, township, blot, marktache, hameau, marque, piqûre, souillure, salissure, plaque, éclaboussure, boutonmancha, marcaبُقْعَة, بُقْعَةٌpuntík, skvrnamærke, pletβούλα, σημάδιgrano, marcajälki, näppylämrlja, prištićforuncolo, macchiaしみ, 汚れの跡점, 흠집flekk, merkekrosta, plamaпятноfläck, märkeคะแนน, จุดakne, işaretdấu, đốm斑点, 污点 (vlɛk)
zelfstandig naamwoord meervoud -ken
1. vuil stukje op een oppervlak Er zit een vlek op je T-shirt. vetvlek
2. anders gekleurd stukje huid witte koeien met zwarte vlekken