| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.311.781 Bezoekers. |
|
vlakte |
0,02 sec. |
|
vlakte zn v vlakte (-n, -s mv) ['vlɑktə] groot, vlak (1,12) gebied
In het westen gaan de bergen over in een vlakte. tegen de vlakte gaan op de grond vallen of (van huizen) afgebroken worden Hij werd onwel en ging tegen de vlakte. Al die huizen gaan tegen de vlakte. je op de vlakte houden je mening niet geven, geen duidelijk antwoord geven Toen hem gevraagd werd naar mogelijke ontslagen, hield hij zich op de vlakte. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|