| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.894.369 Bezoekers. |
|
vlak |
0,03 sec. |
|
vlak1 zn onz vlak (-ken mv) [vlɑk] platte kant van een voorwerp Een dobbelsteen heeft zes vlakken. op het vlak van op het gebied van of wat betreft;= inzake Hij is deskundig op het vlak van internationaal recht. vlak2 bn vlak [vlɑk] 1 plat en effen Het vlakke landschap wordt hier en daar onderbroken door een rijtje bomen. een computer met een vlak scherm 2 (van geluid) zonder afwisseling;= monotoon een vlakke stem vlak3 bw vlak [vlɑk]
1 meteen (vóór of na iets) Vlak nadat ik jou gebeld had, belde hij mij. 2 zeer dicht (bij, onder, naast enz.) Opeens stopte vlak voor mij een auto, die ik niet meer kon ontwijken. Ik woon vlak bij het strand. Vertalingen vlak justement, pan, plat, précisément, uni, à plat, égal, face, juste, plan, lisse, ras, plage, plaine, appartement vlak levigare, netto, appartamento, piano vlak سَطح مستوي, مُسَطّح vlak byt, rovina vlak lejlighed, plan vlak διαμέρισμα, επίπεδη επιφάνεια vlak asunto, taso vlak ravnina, stan vlak フラット, 平面 vlak 평면 vlak mieszkanie, płaszczyzna vlak apartamento, plano vlak lägenhet, plan yta vlak ที่ราบ, พื้นราบ vlak apartman dairesi, düzlem vlak căn hộ, mặt phẳng Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|