vishaak

Vertalingen

vishaak

Angelhakenhook, fishhookhameçon ('vɪshak)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -haken
1. haak aan het uiteinde van een lijn, waarmee je kunt vissen Hij nam een worm en prikte hem aan de vishaak.
2. haakje met een scherpe hoek, als grafisch symbool (< en >) Zet je commentaar tussen vishaken.