verzwikken

Vertalingen

verzwikken

se fouler (vər'zwɪkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verzwikte , voltooid deelwoord heeft verzwikt
(een gewricht) per ongeluk verdraaien, waardoor het dik wordt en pijn doet Toen haar hak afbrak, verzwikte ze haar voet.