verzorgen

Vertalingen

verzorgen

beaufsichtigen, pflegen, versorgen, warten, kümmern (sich), sich sorgen umattend, nurse, look after, lookafter, tendto, articulate, care, take care ofsoigner, veiller sur, approvisionner, avoir soin (de), pourvoir, prendre soin de, s’occuper deallattamento, badare, coltivare, occuparsi diيَعْتَنِي بِـ, يَهْتَمُّ بِpečovatpasser, se efterπεριποιούμαι, φροντίζωcuidar, preocuparsehuolehtia, välittääpaziti na, skrbiti se・・・の世話をする, 面倒をみる돌보다omsorg, passe påopiekować się, zaopiekować sięcuidar, preocupar-se com, tomar contaзаботиться, присматриватьse efter, sköta omดูแลbakmakchăm sóc照顾 (vər'zɔrxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verzorgde , voltooid deelwoord heeft verzorgd
1. (iets, een patiënt enz.) geven wat nodig is Als ik op vakantie ben, wil jij dan mijn plantjes verzorgen?
je moet gezonder leven
2. regelen, zorgen voor Wie verzorgt het geluid?
een reis waarbij de reisorganisatie zorgt voor vervoer, overnachtingen, maaltijden, excursies enz.