verzekeren

(doorverwezen van verzekerde)
Vertalingen

verzekeren

versichern, behaupten, bestätigen, vergewissernassure, insure, assert, state, affirm, indemnify, certifyassurer, certifier, affirmer, garantircertificare, assicurareيُؤَمِّنُ, يَطْمَئِنُpojistit, ujistitforsikreασφαλίζω, διαβεβαιώνωasegurarvakuuttaaosigurati, uvjeravati保険をかける, 確約する보증하다forsikreubezpieczyć, zapewnićassegurarстраховать, успокаиватьförsäkraให้ความมั่นใจ, ประกันgüvence vermek, sigortalamakbảo hiểm, đảm bảo投保, 确告, 确保確保 (vər'zekərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verzekerde , voltooid deelwoord heeft verzekerd
1. zeggen dat iets is of zal gaan zoals je zegt Dat doet pijn, kan ik je verzekeren. Ik verzeker u dat ik op tijd kom.
2. een verzekering (1) afsluiten voor Ben je verzekerd? je verzekeren tegen diefstal