verzadigd

Thesaurus

verzadigd:

volgegetenvol, voldaan,
Vertalingen

verzadigd

sattfull, replete, satisfiedrassasié, soûl, encombré飽和飽和포화饱和 (vər'zadəxt)
bijvoeglijk naamwoord
als je niet naar meer van iets verlangt Na het voorgerecht was ik al verzadigd.
er is geen vraag naar nog meer gratis dagbladen