vervallen

Vertalingen

vervallen

(vər'vɑlə(n))
bijvoeglijk naamwoord
(van gebouwen) in zeer slechte staat een vervallen boerderij

vervallen

verfallen, in Ruin, in Verfalldecline, decay, beonthedecline, godownhill, gooff, recede, expiredélabré, expirer, (re)tomber (dans), aboli, chétif/-ive, en ruine, être supprimé, expiré, tomber, tomber en ruine, dépérir, donner, se décomposerيَتَعَفَّنُrozkladforfaldeαποσυντίθεμαιdeteriorarsemädäntyäraspadati sedecomporsi衰える썩다forfallestracić siłydecairразлагатьсяförfallเน่าเปื่อยçürümeksâu, mục腐烂 (vər'vɑlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verviel , voltooid deelwoord is ~
1. niet meer gelden Hierbij komt de vorige versie te vervallen.
2. niet doorgaan De avondles vervalt.
3. (van gedrag) gaan vertonen Na een tijd verviel ze weer in haar oude patroon.
4. ongewild terechtkomen in Het land is vervallen tot armoede.