| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.899.026.825 Bezoekers. |
vertrouwen |
0,03 sec. |
|
|
vertrouwen1 zn onz vertrouwen ( mv) [vər'trɑuwə(n)] 1 geloof dat iemand eerlijk is; wantrouwen Hij heeft mijn vertrouwen geschonden. 2 geloof dat iets goed zal gaan;= fiducie zelfvertrouwen vol vertrouwen in een goede afloop Ik heb er alle vertrouwen in. iets in vertrouwen zeggen iets zeggen dat niet doorverteld mag worden iemand in vertrouwen nemen iemand een geheim vertellen vertrouwen2 ww vertrouwen (vertrouwde enk ovt; heeft vertrouwd volt deelw) [vər'trɑuwə(n)] betrouwbaar vinden; wantrouwen
Ik vertrouw die techniek niet helemaal. Wie kan je nu nog vertrouwen? Ik vertrouw hem voor geen cent/meter. ik vertrouw hem helemaal niet Vertalingen vertrouwen betrauen mit, rechnen, sich verlassen auf, vertrauen, vertrauen mit, Vertrauen setzen in, zutrauen, Zuversicht, Vertrauen vertrouwen confide, confidence, entrust, faith, haveconfidencein, havefaith, havefaithin, trust, fate vertrouwen confiance, confier, foi, se fier, se fier à, avoir confiance (en), crédit, avoir confiance vertrouwen zaupati, zaupavati vertrouwen důvěra, důvěřovat vertrouwen stole på, tillid, tiltro vertrouwen εμπιστεύομαι, εμπιστοσύνη vertrouwen luottaa, luottamus vertrouwen povjerenje, vjerovati vertrouwen 信頼, 信頼する vertrouwen 신뢰, 신뢰하다 vertrouwen förtroende, lita på vertrouwen ไว้วางใจ, ความเชื่อใจ, ความไว้เนื้อเชื่อใจ vertrouwen lòng tin, sự tin tưởng, tin vertrouwen אמון vertrouwen 信任 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|