verstrijken

(doorverwezen van verstreek)
Vertalingen

verstrijken

passieren, vergehen, vorübergehen, vorüberkommenpass, passby, expirepasser (vərˈstrɛikə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verstreek , voltooid deelwoord is verstreken
(van tijd) voorbijgaan Er zijn sindsdien jaren verstreken.