veroordelen

Vertalingen

veroordelen

verurteilen, verdammencondemn, sentence, judge, convictcondamner, désapprouver, incriminer, 判刑, 判罪, 谴责يَحْكُمُ, يُدينُodsoudit, usvědčitdømme, fordømme, idømmeκαταδικάζωcondenar, sentenciartuomita, tuomita rikoksestaosuđen, osuditicondannare判決を下す, 有罪と決定する, 非難する비난하다, 유죄를 입증하다, 판결을 내리다domfelle, dømme, idømmepotępić, skazaćcondenar, sentenciarосудить, осуждать, приговариватьavkunna dom över, döma, fördömaตัดสินลงโทษ, ประณาม, พิสูจน์ว่ามีความผิดhükümlü, kınamak, mahkum etmekchỉ trích, kết án譴責 (vərˈordelə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd veroordeelde , voltooid deelwoord heeft veroordeeld
1. (in een rechtszaak) een oordeel uitspreken over iemand veroordelen tot vijf jaar gevangenisstraf
2. afkeuren iemands negatieve gedrag veroordelen