vernederen

Vertalingen

vernederen

demütigen, erniedrigenabase, pilloryhumilier, abaisser, abattre, gifler, dégrader, diminuerhumillarhumilhar (vərˈnedərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vernederde , voltooid deelwoord heeft vernederd
iemand zó behandelen dat hij of zij zich minder voelt dan jij Door zoveel minachting voelde zij zich vernederd.