verlangen

Thesaurus

verlangen:

willenwensen,
Vertalingen

verlangen

(vərˈlɑŋə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
heftige behoefte aan iets seksuele verlangens
heel erg graag iets willen
gezeur van kinderen die niet naar bed willen en de tijd willen rekken

verlangen

Sehnen, wünschen, Begehr, Lust, Sehnsucht, sich ersehnen, sich sehnen, Wunsch, begehren, haben wollen, Verlangendesire, want, yearn, long, ache, longfor, longing, wish, anxiety, covet, lust, yendésir, désirer, aspirer, souhait, souhaiter, soupirer, réclamer, aspirer à, désir (de), envie, entendre, commander, exigence, faim, voeu, se languirεπιθυμώ, θέλω, λαχταρώ, πόθος, ποθώdesear, anhelar, deseodesiderare, volere, vuole, desiderioжелание, желать, очень хотетьرَغْبَة, يَتُوْقُ إِلَىَ, يَرْغَبُtouha, toužitbegær, begære, længeshalu, haluta, kaivatačeznuti, želja, željeti切望する, 希望, 希望する몹시 그리워하다, 바라다, 욕구lengte, ønskezatęsknić, zażyczyć sobie, życzeniedesejo, cobiçar, desejaråtrå, längta, önska (sig)ความปรารถนา, ปรารถนา, รอคอยarzu, arzu etmek, özlemekmong muốn, sự mong muốn, thèm muốn愿望, 渴望תשוקה (vərˈlɑŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verlangde , voltooid deelwoord heeft verlangd
willen hebben Ik verlang geen wonderen van je.