vergaan

(doorverwezen van verging)
Thesaurus

vergaan:

zinken
Vertalingen

vergaan

ersaufen, ertrinken, faulen, passieren, umkommen, untergehen, verfaulen, vergehen, vermodern, verwesen, vorübergehen, vorüberkommen, zu Grunde gehenrot, drown, putrefy, marchoff, pass, passby, perish, retreat, withdraw, decomposepérir, décéder, pourrir, noyer, passer, s'abîmer, disparaître, disparition, se putréfier, naufragéгибнутьmarcire (vərˈxa(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verging , voltooid deelwoord is vergaan
1. ophouden te bestaan
het schip is met alle passagiers gezonken
Slechte mensen blijven lang in leven.
2. hoe gaat het met je ouders?