vergaderen

Vertalingen

vergaderen

mitnehmen, sich treffen, sich versammeln, zusammenkommen, zusammentreffenassemble, congregate, meet, gather, takealongsiéger, assembler, rassembler, réunir, amener, emmenerincontrare (vərˈxadərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vergaderde , voltooid deelwoord heeft vergaderd
bij elkaar komen om te overleggen De directie vergadert iedere woensdagochtend.