verduisteren

Vertalingen

verduisteren

trüben, verdunkeln, verfinsternpilfer, pinch, embezzle, darken, occultobscurcir, troubler, assombrir, détourner [fonds], obscurcir totalement, s'assombrir, s'éclipser [soleil], détourner, éclipser{{pn}}desfalcar (vərˈdœystərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verduisterde , voltooid deelwoord heeft verduisterd
1. zo afsluiten dat er geen licht bij kan de kamer verduisteren met dikke gordijnen
2. stelen De kassier heeft meer dan vijfduizend euro verduisterd.