verdriet

Vertalingen

verdriet

Ärger, Betrübnis, Gram, Harm, Verdruß, Weh, Kummergrief, annoyance, disappointment, chagrin, afflictionpeine, chagrin, affliction, désolation, crève‐cœur, tristesse, douleur, plaie, crève-cœurpena, doloreأَسىًzármuteksorgθλίψηduelo, dolorsuružalost深い悲しみ슬픔sorgsmutekpesarгореsorgความเศร้าโศกkedernỗi đau悲痛 (vərˈdrit)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
naar gevoel waardoor je soms moet huilen verdriet hebben iemand veel verdriet bezorgen/doen
ellendeling