| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.724.817.867 Bezoekers. |
|
verbinden |
0,01 sec. |
|
verbinden ww verbinden (verbond enk ovt; heeft verbonden volt deelw) [vərˈbɪndə(n)]
1 aan elkaar vastmaken of in samenhang brengen voorwaarden aan een afspraak verbinden We voelen ons sterk met elkaar verbonden. 2 een verband (1) aanbrengen een arm verbinden in de echt verbonden getrouwd Pardon, ik ben verkeerd verbonden. dit zeg je als je per ongeluk een verkeerd telefoonnummer hebt gedraaid of ingetoetst Vertalingen verbinden agglutinieren, binden, kombinieren, verbinden, verknüpfen, zusammenheilen verbinden aboucher, agglutiner, allier, associer, attacher, bander, connecter, joindre, nouer, panser, relier, rellier, réunir, brancher (sur), connecter (à) [électricité], lier, mettre en communication, rattacher, unir, raccorder verbinden يُضَمد verbinden obvázat verbinden forbinde verbinden επιδένω verbinden sitoa verbinden poviti verbinden fasciare verbinden 包帯をする verbinden 붕대를 감다 verbinden forbinde verbinden zabandażować verbinden накладывать повязку verbinden förbinda verbinden พันแผล verbinden sarmak verbinden băng bó verbinden 打绷带 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|