verbeten

Thesaurus

verbeten:

verkropt
Vertalingen

verbeten

eigensinnig, halsstarrig, hartnäckig, starrköpfig, trotzigobstinate, stubbornobstiné, acharné, tenace, têtu, contenu, rentré (vərˈbetə(n))
bijvoeglijk naamwoord
grimmig en vastberaden met een verbeten gezicht de wedstrijd uitlopen