vellen

Vertalingen

vellen

abdecken, fällen, häuten, senkenoverthrow, drop, flay, lower, skin, stripabattre, abaisser, baisser, faire tomber, énoncer, prononcer시트листыhojasлистовеシートfogliarkφύλλαfolhas (ˈvɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd velde , voltooid deelwoord heeft geveld
1. (een boom) laten omvallen
met een longontsteking op bed liggen
2. (een oordeel of vonnis) uitspreken een oordeel vellen over het gedrag van iemand anders