vatbaar

Vertalingen

vatbaar

impressible, sensitive, susceptibleaccessible (à), sensible (à), susceptible (de)ευπαθώνsusceptiblesmodtageligesensibiliعرضةвъзприемчивиempfänglicher (ˈvɑdbar)
bijvoeglijk naamwoord
gevoelig voor ziektes, bederf en andere (negatieve) dingen erg vatbaar voor ontstekingen zijn zonder bescherming is het systeem vatbaar voor computervirussen