vastleggen

Vertalingen

vastleggen

registrieren, aufzeichnenrecord, register, calendar, embed, prefix, program, slateenregistrer, amarrer, fixer, bloquer, attacher, lierيُسَجِّلُzaznamenatoptegneκαταγράφωregistrar, capturamerkitä muistiinzapisatiregistrare記録する기록하다registrerezaewidencjonowaćregistar, registrar, capturaзаписыватьföra protokollบันทึกkaydetmekghi lại记录, 捕获捕獲 (ˈvɑstlɛxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd legde vast , voltooid deelwoord heeft vastgelegd
1. registreren op papier, film, cd of foto iets op schrift vastleggen
2. zó leggen dat het niet kan worden weggehaald of veranderd de boot vastleggen