vastklampen aan

Vertalingen

vastklampen aan

(ˈvɑs(t)klɑmpə(n) an)
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd klampte zich vast , voltooid deelwoord heeft zich vastgeklampt
je krampachtig (ergens aan) vasthouden zich aan de rand van het zwembad vastklampen
blijven geloven in iets dat niet meer geldt of waar is