| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.853.282 Bezoekers. |
|
vast |
0,01 sec. |
|
vast1 bn vast [vɑst] 1 goed verbonden met iets; los De dop zit vast; ik krijg hem er niet af. 2 stevig; onvast vast in het zadel zitten 3 onveranderlijk;= blijvend een vaste baan hebben een vaste klant van de kroeg de vaste kosten/lasten muurvast heel vast met vaste hand schrijven schrijven zonder te beven vast2 bw vast [vɑst]
1 zeer waarschijnlijk Je wordt vast de winnaar van het concours. 2 zonder verder te wachten op iemand of iets;= alvast; nog niet Begin maar vast, ik kom je zó helpen. vast en zeker zonder twijfel Vertalingen vast 10.wahrscheinlich, allerdings, beständig, bestimmt, definitiv, einstweilen, endgültig, fest, feststehend, firm, fix, freilich, gediegen, gesetzt, gewiß, immerhin, indes, inzwischen, konstant, sicher, solide, stabil, ständig, stetig, unablässig, unterdessen, wiederstandsfähig, wohl, zuversichtlich, zwar, befestigt vast 10.firm, 11.probably, abiding, allthetime, certain, certainly, constant, continual, definite, definitive, fast, firm, firmly, fixed, inthemeantime, lasting, meanwhile, permanent, solid, stable, sure, sustained vast 10.probablement, assuré, assurément, certain, certainement, constant, continuel, dans l'intervalle, définitif, ferme, fixe, invariable, permanent, solide, sûr, sûrement, déjà, entre-temps, fermement, fixement, solidement, rituel, probablement vast ثابت vast připevněný vast fastsat vast στερεωμένος vast kiinteä vast popravljen vast 固定した vast 고정된 vast fast vast stały vast fixado vast закрепленный vast lagad vast ติดแน่น vast sabitlenmiş vast cố định vast 固定的 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|