| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.217.596 Bezoekers. |
|
varen |
0,02 sec. |
|
varen1 zn varen (-s mv) [varə(n)] groene plant met lange bladeren met sporen varen2 ww varen (voer enk ovt; heeft gevaren volt deelw) [varə(n)]
1 je met een boot over het water bewegen op de Noordzee varen ergens wel bij varen in een situatie zijn dat het goed met je gaat een plan laten varen een plan niet door laten gaan Thesaurus Vertalingen varen fahren, Farn, Farnkraut, Farrenkraut varen aller, aller en véhicule, fougère, naviguer, se déplacer, aller (à) varen felce varen نبات السراخس varen kapradina varen bregne varen helecho varen saniainen varen paprat varen シダ varen 고사리 varen bregne varen paproć varen папоротник varen ormbunke varen ต้นเฟิร์น varen eğrelti otu varen dương xỉ varen 蕨 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|